Vincent has been interviewed by the NRC (Dutch Article)

Het lijkt een remedie die erger is dan de kwaal: de klimaatdoelen halen door honderdduizenden zonnepanelen te laten drijven op onze meren en plassen. Donderdag presenteerde een consortium van Rijkswaterstaat, TNO, gemeenten en ondernemers daar plannen voor.

Op hetzelfde moment stap ik wankelend tussen de zonnepanelen door. Ze dobberen in de Merwehaven van Rotterdam, op grijze vlotten ter grootte van bagagekoffers, aan elkaar geschakeld als legostenen. Soepel golven ze mee met de deiningen.

„Daar zie je het al,” wijst Vincent van Daalen, van het bedrijf Profloating. Acht eenden tel ik, en vijf meeuwen, waarvan er eentje zijn snavel in een opgedoken vis pikt. „Hier komen juist vogels op af.” Milieuorganisaties als de Vogelbescherming uitten een dag eerder in Trouw hun zorgen over de drijvende zonneparken.

Maar Van Daalen, die deelneemt in het consortium, wijst ook op de gunstige kanten voor de natuur. „Zie je ook hoeveel ruimte er tussen de panelen is, voor licht? Je ziet al algengroei ontstaan. En het water blijft koeler, zodat je meer zuurstof krijgt, wat weer beter is voor vissen.”

Onterecht dus, die zorgen? „Dit is een heel nieuwe business, dus het is onbekend welke effecten het precies gaat hebben. Hier laten we in elk geval open zien hoe het werkt.” Zelf is Van Daalen een zeiler. „Bij zonneparken op het IJsselmeer heb ik alleen daarom al persoonlijk wel twijfels.” Beter kun je je beperken tot wat hij „het laaghangend fruit” noemt: industrieel water, zoals drinkwaterbassins of zandwinningsgebieden. „Op de Slufter, een baggerdepot op de Maasvlakte, komen 360.000 panelen. Dat is water waar niemand komt.”

Hier kijken we uit op de eerste drijvende boerderij ter wereld, met 35 meedeinende koeien die kauwen met uitzicht op de kade. Van Daalens zonnepark heeft van bovenaf gezien de vorm van een melkbus. Een spetterende showroom, die nu bijna klaar is, en al belangstelling uit de hele wereld trekt.

Toch zie ik om ons heen nog genoeg lege daken. „Wat mij betreft gaat het om een balans, tussen die dakpanelen, zon op water, wind- en kernenergie”, zegt Van Daalen. Zijn grootste tegenstanders zijn trouwens niet de milieuorganisaties maar de windparken op land. „Daar is de laatste jaren veel bij gebouwd zonder regie van de overheid, allemaal subsidie-gedreven.”

Dat leidde op sommige plekken tot overbelasting. Netbeheerder Liander pleit er nu voor om alleen nog maar zonneparken te bouwen waar het netwerk dat aankan.

Laat dat een les zijn bij het grootschaliger invoeren van die dobberpanelen: meer overheidsregie. En vooral de natuurwateren ontzien. Want hoe spectaculair zo’n meegolvende panelenzee er ook uit ziet, niets haalt het bij de adembenemende leegte.

 

Bron: NRC